Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vernietiging van een besluit van een orgaan van de VvE van appartementsrechten.

Uitspraak



RECHTBANK BREDA

Team kanton Breda

zaak/rolnr.: 655022 OV VERZ 11 -2364

beschikking d.d. 4 juli 2011

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

verzoeker, hierna ook “ [verzoeker] ” te noemen,

procederend in persoon,

tegen:

[verweerder],

gevestigd te [woonplaats] ,

verwerende partij, hierna ook “ [verweerder] ” te noemen,

gemachtigde: mr. H.J.G. Braakhuis, advocaat te Arnhem.

1 Het verloop van het geding

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

- het op 7 april 2011 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties;

- het op 20 juni 2011 ter griffie ontvangen verweerschrift, met producties;

- de fax van H.J.G. Braakhuis van 21 juni 2011, met productie;

- de aantekeningen van de griffier van de zitting van 23 juni 2011.

Ter zitting waren aanwezig verzoeker en [verweerder] , vertegenwoordigd door [naam] en bijgestaan door mr. H.J.G. Braakhuis voornoemd. Daarnaast was aanwezig [naam] , bewoner van [adres] , als belanghebbende.

Partijen hebben vragen beantwoord en ook overigens het woord gevoerd. De gemachtigde

van [verweerder] heeft het standpunt van [verweerder] toegelicht. Bovendien hebben beide

partijen pleitaantekeningen (met producties) overgelegd en voorgedragen.

1.2

Op de inhoud van bovengenoemde stukken en hetgeen overigens door partijen is aangevoerd wordt, voor zover nodig, hierna teruggekomen.

2 Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1

Het onderhavige verzoek ziet op de vernietiging van het besluit genomen tijdens de algemene ledenvergadering van [verweerder] op 17 december 2009.

De kantonrechter is in dezen de bevoegde rechter nu ingevolge artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de vernietiging van een besluit van een orgaan van [verweerder] van appartementsrechten door een uitspraak van de kantonrechter geschiedt.

2.2

In een e-mail van 24 februari 2009 van [naam] (bestuurslid van [verweerder] ) aan [verzoeker] (bewoner van [adres] ), [naam] (toenmalig bewoner van [adres] ), [naam] (bewoner van [adres] ) en [naam] (bestuurslid van [verweerder] ) staat vermeld dat tijdens de algemene ledenvergadering van december 2008 aan [naam] is gevraagd om te onderzoeken of er een oplossing is voor het probleem met de factuur dat is ontstaan als gevolg van een aan de firma [naam] verstrekte opdracht met betrekking tot de airco-installatie in de walwoningen ( [adres] , [adres] en [adres] ). Voorts staat in deze e-mail vermeld dat in de algemene ledenvergadering van december 2008 bezwaar is aangetekend tegen de aan [naam] verstrekte opdracht en dat minstens 1 bewoner zich op het standpunt stelt dat de kosten hiervan voor rekening van de bewoner van [adres] ( [verzoeker] ) dienen te komen.

Op 17 december 2009 heeft een algemene ledenvergadering plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering is gestemd over het voorstel van [naam] om de bewoners van [adres] , [adres] en [adres] elk voor een derde deel voor betaling van de factuur van [naam] verantwoordelijk te stellen. De bewoners van [adres] , [adres] en [adres] waren in dezen stemgerechtigd. [verzoeker] was niet op de vergadering van 17 december 2009 aanwezig maar heeft aan [naam] een volmacht gegeven om te stemmen. [naam] heeft namens [verzoeker] vóór uitvoering van het voorstel van [naam] gestemd.

In het verslag van de algemene ledenvergadering, staat achter “2008-9” het volgende vermeld.

“Afgehandeld. De heer [naam] heeft de betwiste factuur conform de afspraak in de vorige vergadering op persoonlijke titel onderzocht. Er wordt gestemd over het voorstel om de drie betreffende eigenaren elk voor een derde deel verantwoordelijk te verklaren. Met 1 stem voor en 2 stemmen tegen is het voorstel afgewezen. Doorbelasting zal conform dit besluit plaats vinden.”

In een e-mail van 2 januari 2011 van [verweerder] aan alle leden, waaronder [verzoeker] , staat vermeld dat de jaarrekening 2006 is goedgekeurd onder de voorwaarde dat de rekening van [naam] ten laste van de bewoner van [adres] zou komen en dat dit is verwerkt in de jaarstukken.

2.3

Een verzoek ex art. 5:130 BW dient op grond van lid 2 van dat artikel te worden ingediend binnen een maand na de dag waarop verzoeker kennis van dat besluit heeft genomen of heeft kunnen nemen.

[verzoeker] heeft aangevoerd dat hij pas eerst op 16 maart 2011 (de datum waarop per e-mail het verslag van de vergadering van december 2009 aan hem is toegestuurd) op de hoogte kwam van het onderhavige besluit en stelt zich op het standpunt dat het onderhavige verzoek tijdig is ingediend.

De kantonrechter overweegt dat [verzoeker] , gezien het feit dat hij aan [naam] een volmacht heeft gegeven om hierover te stemmen, wist dat op de ledenvergadering van 17 december 2009 het onderhavige besluit met betrekking tot doorbelasting van de factuur van [naam] zou worden genomen. De kantonrechter is van oordeel dat, gezien de inhoud van de e-mail van 24 februari 2009, [verzoeker] zich had moeten realiseren dat indien tijdens de vergadering van 17 december 2009 tegen het besluit zou worden gestemd, dit zou (kunnen) impliceren, dat de totale factuur voor rekening van [verzoeker] zou komen. Het was naar het oordeel van de kantonrechter in elk geval aan [verzoeker] om zo spoedig mogelijk na de vergadering van 17 december 2009 navraag te doen naar het genomen besluit en de gevolgen hiervan, temeer nu [verzoeker] stelt dat voor hem niet duidelijk was wat de gevolgen zouden zijn van het feit dat de bewoners van [adres] en [adres] tegen het voorstel van [naam] zouden stemmen. Naar het oordeel van de kantonrechter had [verzoeker] reeds op 17 december 2009 kennis kunnen nemen van het genomen besluit. De in artikel 5:130 BW genoemde termijn is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook reeds op 17 december 2009 gaan lopen. Binnen een maand na 17 december 2009 had [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter het onderhavige verzoek moeten indienen.

Ter zitting heeft [verzoeker] te kennen gegeven dat hij bij het lezen van de e-mail van 2 januari 2011 op de hoogte kwam van het feit dat was besloten (dat het op 17 december 2009 genomen besluit impliceerde) dat de factuur van [naam] enkel aan [verzoeker] , en niet aan de andere bewoners van de walwoningen zal worden doorbelast. [verzoeker] heeft aangevoerd dat hij, alvorens het onderhavige verzoek bij de kantonrechter in te dienen, heeft getracht de zaak intern op te lossen en dat hij hierover na 2 januari 2011 heeft gecorrespondeerd met alle bewoners. [verzoeker] erkent hiermee, dat hij in ieder geval na ontvangst van de e-mail van 2 januari 2011 kennis had van het op 17 december 2009 genomen besluit (en de gevolgen hiervan). Gesteld, noch gebleken is, dat [verzoeker] later dan op 2 januari 2011 kennis heeft genomen van de e-mail van 2 januari 2011. [verzoeker] heeft echter nagelaten om binnen een maand na 2 januari 2011 het onderhavige verzoek in te dienen.

De kantonrechter is, gezien het bovenstaande, van oordeel dat [verzoeker] reeds (veel) eerder dan op 16 maart 2011 kennis van het besluit heeft genomen (namelijk op 2 januari 2011) of heeft kunnen nemen (namelijk op 17 december 2009). Het onderhavige verzoek is pas eerst op 7 april 2011 ingediend. Dat is te laat. [verzoeker] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.

2.4

De bezwaren die [verzoeker] tegen het besluit heeft geformuleerd kunnen bij deze stand van zaken onbesproken gelaten worden.

2.5

[verzoeker] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] gevallen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging van het besluit van

[verweerder] van 17 december 2009 met besluitnummer 2008-9;

- veroordeelt [verzoeker] , uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure aan de

zijde van [verweerder] gevallen en tot op heden begroot op € 400,= aan salaris van de

gemachtigde van [verweerder] .

Deze beschikking is gegeven door mr. H.H. de Kroon en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature